Auto-entrepreneur (10 en nog altijd niet de laatste…)

2 mei 2013 · Door Wim van Teeffelen · Autoentrepreneur, Ondernemen

Ik wil niet bij elk proefballonnetje van de overheid opnieuw een blog wijden aan dit onderwerp, maar er is weer het een en ander gebeurd, dus tijd voor een update.

Er zijn nu zo’n 900.000 auto-entrepreneurs in Frankrijk. Naar schatting is de helft daarvan oneigenlijk gebruik of misbruik. De belangrijkste groep misbruikers zijn mensen die zwart werken en geen ziektekostenverzekering hebben (wordt in Frankrijk immers via het bedrijf geregeld als u ondernemer of werknemer bent). Dus een zwartwerker schrijft zich in als auto-entrepreneur met heel geringe of geen omzet en hij krijgt een ziektekostenverzekering van de overheid. Nagenoeg of geheel gratis! De belangrijkste groep oneigenlijk gebruikers zijn mensen die geen ander inkomen hebben dan als auto-entrepreneur. Dit statuut is oorspronkelijk bedoeld voor nevenactiviteiten en bijverdiensten voor Fransen die al een baan hebben, of met pensioen zijn o.i.d. Zij hebben dus al een ziektekostenverzekering via een andere route en het auto-entrepreneurschap is dus een AANVULLING op hun inkomen. Veel Nederlandse immigranten vallen in deze groep oneigenlijke gebruikers.
auto_entrepreneurEen eerste maatregel om oneigenlijke gebruikers aan te pakken is gebaseerd op de allereerste regel van de wet zoals die in 2009 is ingevoerd. Daarin staat dat aan alle Fransen voorstaan het statuut van auto-entrepreneur ter beschikking staat. Hiermee is natuurlijk niet bedoeld: iedereen met de Franse nationaliteit, maar iedereen die resident is in Frankrijk. Dat betekent dat een aanmelding als auto-entrepreneur door de Franse belastingdienst wordt geïnterpreteerd als een voldongen emigratie en dat dus de aanmelder voortaan inkomstenbelasting wil gaan betalen in Frankrijk over zijn gehele wereldinkomen. De Franse overheid hecht geen waarde aan het eventueel nog ingeschreven staan bij een Nederlandse gemeente.

Een tweede maatregel is recent voorgesteld door La Ministre de l’Artisanat, Sylvia Pinel. Die is zo verstandig geweest om niet aan te kondigen dat er meer controles zullen worden uitgeoefend op auto-entrepreneurs (dat zou namelijk weer een blik ambtenaren extra betekenen), maar ze heeft voorgesteld om de levensduur van een auto-entrepreneur inschrijving te beperken. Nu is dat al het geval voor auto-entrepreneurs die geen omzet maken (gelimiteerd tot 2 jaar), maar als dit voorstel wordt aangenomen zullen ALLE auto-entrepreneurs voortaan beperkt worden in leeftijd. Let op, dit is nog slechts een voorstel! Ik vind dat een uitstekend plan. Minder goed doordacht is dat de voorgestelde levensduur van een auto-entrepreneur in de toekomst zal variëren van 1 tot 5 jaar, afhankelijk van de bedrijfsactiviteit en dat vereist toch weer controle.

Indien deze maatregel zal worden ingevoerd (nog helemaal niet zeker dat het gebeurt en al helemaal niet wanneer), weet de overheid in elk geval zeker dat er na verloop van tijd een einde komt aan misbruik en oneigenlijk gebruik. Bovendien is dit een sterke aanmoediging voor de full-time auto-entrepreneur om maar gelijk in te schrijven als entreprise individuelle, immers dat zal hij toch moeten doen na een aantal jaren. Overigens: deze tijdslimiet zal NIET worden gesteld aan de ‘echte’ auto-entrepreneurs, namelijk zij die bijverdiensten hebben ondergebracht in dit statuut. Op deze manier kan iedereen op een eenvoudige manier proeven aan het ondernemerschap. Is het niks, dan stopt u er weer mee (teruggaan naar zwart werk is dan minder eenvoudig, want de overheid wil natuurlijk weten wat er met u is gebeurd als u gestopt bent met auto-entrepreneur zijn) en er is de hoop dat na enkele jaren auto-entrepreneurs zullen doorgroeien naar de entreprise individuelle (of een van de andere bedrijfsvormen). Voor Nederlandse emigranten die ondernemer willen worden in Frankrijk heb ik maar één advies: stap over het statuut van de auto-entrepreneur heen en bijt even door de zure appel heen van de inschrijving van een echt bedrijf. Voor pensionado’s die in Frankrijk nog een beetje bij willen verdienen (bv voor de aardigheid, de tijdvulling of ter voorkoming van de AWBZ-inhouding op hun AOW), blijft de auto-entrepreneur in veel (niet alle!!) gevallen een goede keuze.

De overheid heeft dringend geld nodig (vooral om het gat te dichten in de sociale fondsen) en dientengevolge zijn de tarieven voor afdrachten van auto-entrepreneurs (overigens ook van entreprises individuelles in het micro-régime) omhoog gegaan. Bovendien is er een extra categorie ingevoerd (om het nog maar weer eens ingewikkelder te maken). Dit zijn de nieuwe afdrachten:

Indien uw bedrijfsactiviteit valt in ‘Commerce’ dan is de maximale omzet €81.500 per jaar (ongewijzigd) en is de afdracht aan belasting en sociale lasten 15,0% (was 13%).
Indien uw bedrijfsactiviteit valt in ‘Service’ dan is de maximale omzet €32.600 per jaar (ongewijzigd) en is de afdracht aan belasting en sociale lasten 26,1% indien de bedrijfsactiviteit valt in BIC en 26,8% indien de bedrijfsactiviteit valt in BNC (was beiden 23%).

Wat precies valt in BIC en wat in BNC is nog ene heel gepuzzel, uitgaande van een exacte omschrijving van de bedrijfsactiviteiten. Op www.apce.com kan hierover meer worden gevonden.

Wim van Teeffelen

 

→ 1 reactieTags:

Nieuwe Franse taxatiewijze van dividenden en van rente ontvangen in 2013

25 maart 2013 · Door Marnix Cornette · Financieel, Fiscaal

De belastingdienst heeft onlangs officieel laten weten, dat u als fiscaal inwoner van Frankrijk uiterlijk 27 mei 2013 mei uw inkomsten over 2012 moet indienen. Als u elektronisch aangifte doet, mag dat nog iets later. Als u als Belg of als Nederlander fiscaal niet in Frankrijk gevestigd bent, maar aangifte moet doen van bijvoorbeeld Franse huur- of beroepsinkomsten moet u uiterlijk 17 juni 2013 uw aangifte indienen. U krijgt dan geen extra termijn als u dit digitaal doet.

Impots470

Als u zich vorig jaar in Frankrijk heeft gevestigd, moet u dit jaar eerst een Franse aangifte (= déclaration des revenus) opmaken en indienen. De belastingdienst stuurt namelijk niet automatisch een voorgedrukt aangifteformulier naar u toe. U moet er het eerste jaar zelf voor zorgen dat er een aangifte wordt opgemaakt en ingediend. Ook is er het eerste jaar in principe geen mogelijkheid tot elektronische aangifte, omdat er nog geen fiscale registratienummers of een fiscaal referentie-inkomen zijn bepaald. Dit nummer en dit referentie-inkomen ontvangt u pas nadat u voor het eerst een papieren aangifte hebt gedaan. Blanco aangifteformulieren kunt u opvragen bij uw lokaal belastingkantoor, via de website van de belastingdienst of via uw Franse accountant / belastingadviseur.

Sinds dit aanslagjaar moet u rekening houden met een nieuwe tariefschijf van 45%, die van toepassing is op een netto inkomen per “part” van meer dan 150.000 €. De inkomstenbelasting wordt berekend op basis van de ‘quotient familial’ ; hierbij wordt rekening gehouden met de gezinssamenstelling en met het aantal personen die fiscaal ten laste komen en overeenkomstig het aantal “parts”.

Dit jaar moet u ook rekening houden met nieuwe belastingmodaliteiten van dividend- en rente-inkomsten. Dergelijke inkomsten die vanaf dit jaar worden ontvangen, worden voortaan in 2 stappen belast.
De dividenden worden in eerste instantie verplicht onderworpen aan een ‘prélèvement à la source’  ofwel aan een inhouding aan de bron van 21%. Dit vormt niet langer de eindbelasting, maar feitelijk puur een voorschot op de “eigenlijke” inkomstenbelasting. Deze inhouding aan de bron wordt naderhand verrekend met de inkomstenbelasting die voor dividenden berekend wordt op 60% van het bruto dividend (dus na aftrek van een vrijgestelde schijf van 40%). Bij een inhouding aan de bron hoger dan de inkomstenbelasting op het dividend kan het ‘excedentaire’ (het te veel betaalde) gedeelte terugbetaald worden. Een in Frankrijk wonende belastingplichtige krijgt alleen vrijstelling van deze inhouding aan de bron op dividendinkomsten die in 2013 worden ontvangen, als hij in 2011 een fiscaal referentie-inkomen zoals vermeld op het aanslagbiljet had dat minder was dan 50.000 € (in het geval van een alleenstaande) of minder dan 75.000 € (in het geval van gehuwden of wettelijk / geregistreerd samenwonenden).

De rente-inkomsten zijn onderworpen aan een “prélèvement à la source” van 24%, die nadien met de inkomstenbelasting verrekend wordt. Deze inhouding is niet verplicht indien het fiscaal referentie-inkomen van 2011 zoals vermeld op het aanslagbiljet minder bedroeg dan 25.000 € (in het geval van een alleenstaande) of minder dan 50.000 € (in het geval van gehuwden of wettelijk / geregistreerd samenwonenden).
Wilt u vrijgesteld worden van de inhouding aan de bron op inkomsten (dividenden & rente) die u ontving in 2013, dan moet u een verklaring op eer (“attestation sur l’honneur”) overhandigen aan de uitbetalende instantie (bijvoorbeeld aan uw bank) uiterlijk 31 maart 2013. Indien (nadien) blijkt dat deze verklaring onterecht werd opgemaakt, dan moet u rekening houden met een boete van 10%.
Dividenden en rente worden ook nog eens onderworpen aan de Franse sociale belastingen of “prélèvement sociaux” van 15,5%.
Dit zijn geen sociale zekerheidsbijdragen, maar een 2de vorm van inkomstenbelasting.

Boeschepe, 25 maart 2013
Marnix Cornette en Stijn Neyrinck zijn eigenaar en medewerker van RFN – Société d’expertise comptable in Frankrijk (www.rfn.fr )

→ 3 reactiesTags:

Parlez-vous… françarabe?

20 maart 2013 · Door Sylvain Lelarge · Taal

Met het schaamrood op de kaken moet ik iets opbiechten. Toen ik dertig jaar geleden in Schotland ‘mijn’ Nederlandse schone – letterlijk – tegen het lijf liep, wist ik niets van Nederland, niet eens waar het lag. Ergens in het noorden… Beschamend? Zeker, maar niet alleen voor mij, want het bleek dat dit gebrek in mijn generatie meer regel dan uitzondering was. Wat wilt u ? Pas rond mijn dertigste drong het tot me door dat er nog een andere Geschiedenis bestond dan de Histoire de France

Vandaag de dag weten de jonge Fransen – gelukkig? – de weg naar Nederland wel te vinden, tenminste tot de eerste koffieshop. Maar daar houdt het ook mee op: hun krasse onwetendheid is zelf de toenmalige mijne ontstegen. Niet één van hen zal bijvoorbeeld iets vermoeden van een historische link tussen Nederland en wat nu Indonesië heet. De pracht en het leed ervan gaat hen helemaal voorbij.

Ik koester het denkbeeld dat Nederlanders veel meer gericht zijn op de wereld dan Fransen. En dat jullie dus goed op de hoogte zijn van een andere historische link, namelijk die tussen Frankrijk en de Noord-Afrikaanse landen in het algemeen, en Algerije in het bijzonder.

Algerie conquete

Oh, is het niet zo? Roept het eigenlijk voor u weinig meer op dan couscous (en is dat niet Marokkaans?)?…

Ja, ja… Nu voel ik plaatsvervangende schaamte en moet ik er dringend iets aan doen, want zó een wezenlijk deel van de Franse cultuur – en taal – mag géén Francofiel over het hoofd zien.

Algerie le petit colonEerst de context. De Middellandse Zee, ooit Mare Nostrum van het Romeinse Rijk, is tijdens de Middeleeuwen bijna helemaal Islamitisch gebied geworden. Niet alleen in heel Noord-Afrika, maar ook in Spanje, in Sicilië, in sommige Provençaalse steden zoals Nice, in het Midden-Oosten en daarna – met het oprukken van het Ottomaanse Rijk, dat wel 500 jaar stand heeft gehouden – ook in Griekenland en tot in de Balkan, zijn er sporen te bewonderen van die toenmalig heersende beschaving. Het tegenstribbelen van de christenen, de veroveringen van de Vikingen, en vooral de gedreven en bedreven handel tussen alle betrokkenen maakte van dat binnenmeer een bouillon de culture die voortdurend het kookpunt nabij was.

Wij schrijven 1827. De Barbaresques, piraten en slavenhandelaren hebben als port d’attache Alger-la-Blanche, een protectoraat van de Ottomaanse Sultan. De Fransen hebben daar een handelspost, die ook dient als consulaat. Bijna een kwart van de 100 000 bewoners van Alger zijn namelijk christenen, meestal slav(in)en, maar ook gijzelaars, wachtend op hun losgeld, en dat steekt. Als de Franse Consul op een dag door de lokale potentaat met een vliegenmepper geslagen wordt, is de maat vol. Drie jaar later is Algerije Frans gebied, en in 1848 wordt het zelfs een Frans département, jaren eerder dus dan bijvoorbeeld de Savoie en de Haute-Savoie (1860).

Daarom, terwijl heel Noord-Afrika en een groot deel van Zwart-Afrika vervolgens door Frankrijk veroverd wordt – en al die koloniën het ‘vaderland’ tot twee keer toe uit de oorlog redden – bleef voor vele Fransen Algerije de geliefde achtertuin, een onlosmakelijk stukje thuis onder de zon. Het loslaten werd ook bijzonder pijnlijk, wat tot de jarenlange verschrikkingen van de Guerre d’Algérie leidde, met in 1962 een dubbel drama als ontknoping: die van de verjaagde lokale blanken (les Pieds-noirs, die niet makkelijk konden aarden in la métropole) en die van de Harkis (Algerijnen die in het Franse leger dienden, en van wie de meesten – nadat zij achtergelaten waren door het Franse leger – door de rebellen werden afgeslacht).

De invloed van de Arabische beschaving op het middeleeuwse Frans is groot, en in het bijzonder in een aantal gebieden: de plantenkunde (met allerlei kruiden – estragon… – vruchten – abricot, orange, pastéque… – en groenten – artichaut, aubergine, potiron…), de keuken (met niet alleen de bekende couscous, maar ook o.a. de taboulé*, de merguez*, de méchoui*… en de caramel),  de kleding (gilet*, babouche*, savate*, jupe, châle…), de paardenkennis, de sterren- en wiskunde. Want waar zouden onze geleerden zijn zonder onze huidige Arabische chiffres, de algebra en de algoritmes, en vooral de onmisbare zéro en de oh zo variabele X? En onze musici zonder guitare noch luth? Niet al die woorden komen trouwens uit het Arabisch (ongeveer 500 wel) maar wel via het Arabisch uit het Farsi (‘Iranees’), het Turks, het Hindi… Via het Arabisch komen wij aan onze broodnodige café (en zijn tasse (kopje)), alcool et… haschisch (en dus aan het woord assassin (moordenaar)…) En al onze kiosks, magasins (tot hun sacs (tassen) toe) – en zelfs onze bureaux de douane – kunnen wij beschouwen als Arabisch linguïstisch erfgoed.

Vous parlez plus d’arabe que vous le pensez…

Van een hele andere orde zijn de vele – familiaires – woorden die de negentiende-eeuwse Franse militairen met zich meenamen uit de Campagnes de Pacification en die het dagelijkse Frans ingeslopen zijn. Het is soldatentaal en gaat dus over soldatendingen. De eindeloze tochten langs de Algerijnse bleds (verloren dorpjes) met de hele barda (bepakking) op de rug. Het eten in een boui-boui (restaurantje) waar alles met een bakchich (smeergeld) te regelen valt. Soldaten doen de vreemde dialecten van de lokalen als charabia (wartaal) af en zien hun omslachtige omgangsvormen voor salamalec*… Aan de politiek hebben zij geen boodschap: voor hen is alles kif-kif (om het even) en met de baraka (mazzel), worden zij gauw licht verwond, net genoeg om door de toubib (arts) naar huis gestuurd te worden. Maar als het erop aankomt, weten zij toch hun mannetje te staan, als het moet tot de baroud d’honneur (tot het bittere eind blijven vechten, voor de eer)!

Alors, parlez-vous françarabe? Eh bien… oui, un chouia (een héél klein beetje)!

* Petit lexique arabo-français:

  • Le taboulé est une salade de couscous aux tomates et à la menthe, très rafraichissante en été
  • Une merguez est une saucisse très épicée, normalement de mouton
  • Un méchoui est un mouton entier cuit à la broche
  • Le gilet est ce que les Néerlandais appellent ‘een vestje’ alors qu’une veste est leur ‘colbert’ (Colbert étant un ministre de Louis XIV)
  • Les babouches sont des chaussures légères ouvertes à l’arrière et avec une extrémité longue et repliée
  • Les savates sont de simples pantoufles de cuir ouvertes à l’arrière. C’est aussi le nom de la boxe française, qui autorise les coups de pied
  • Salamalec: de l’arabe As-salâm ‘aleïkoum ‫السلام عليكم « Que la paix soit sur vous… », salutation des musulmans, les salutations traditionnelles durant bien longtemps par rapport aux françaises.

Sylvain Lelarge

→ 1 reactieTags:

Het suffe CERFA 14004-formuliertje

19 maart 2013 · Door Wim van Teeffelen · Fiscaal, Vakantie

Iedereen die een vakantiehuis verhuurt in Frankrijk, of iedereen die zijn tweede huis in Frankrijk wel eens verhuurt, hoort dit formulier te kennen. Kwestie van invullen en inleveren bij de gemeente. Veel buitenlandse vakantiehuisverhuurders in Frankrijk blijven stug volhouden dat hun inkomsten zo laag zijn, dat dat gewoon zwart mag. En u weet: zolang je niet betrapt wordt mag alles…

Uit een gesprekje met de DDPP (Directions Départementale de la Protection des Populations) in de Vaucluse heb ik het volgende gedestilleerd. Ik ben er van overtuigd dat dit beleid niet beperkt is tot een typische toeristisch departement als de Vaucluse, maar dat de diensten in de meeste andere departementen er eenzelfde beleid op nahouden.

14004

Verreweg de meeste gemeentes weten precies wat de bestemming is van de bebouwing in het dorp. Zeker op het platteland (maar daar komen ook veel meer vakantiehuizen voor dan in de grotere steden). Ze weten dus welke gebouwen verhuurd worden als vakantiehuis. De DDPP (in samenwerking met de Belastingdienst) vraagt dus simpelweg bij de gemeente op welke gîtes zijn aangemeld. En tevens een lijst van bij de gemeente bekende vakantiehuizen die niet zijn aangemeld. Daarnaast vergelijkt de belastingdienst de adressen van internet-aanbiedingen voor vakantiehuizen met adressen op de ontvangen CERFA 14004 formulieren.

Degene die hun gîte niet hebben aangemeld kunnen dus bezoek verwachten. Van zo’n Peugeotje waar drie ambtenaren uitstappen. Je kunt nog volhouden dat die gîte alleen maar gebruikt wordt voor het onderbrengen van familie en vrienden, maar wellicht is er dan al eens wat gepost en is een mooie serie foto’s van kentekenplaten beschikbaar, waarvan de gîte-eigenaar mag bewijzen dat die allemaal bij vrienden en kennissen horen. 23 weken vol zitten met alleen maar vrienden en kennissen is niet erg geloofwaardig. Soms worden vragen gesteld over het energie- en watergebruik in de gîte. Of over cashstortingen elke week op je Franse bankrekening. Of stortingen op de Nederlandse rekening van de gîte-eigenaar van veel onbekenden (met een fijne vermelding van ‘huur gîte Frankrijk’ op de mededelingenregel van de bankoverschrijving). Is er voldoende bewijs van verhuur, zonder dat de gîte is aangemeld bij de gemeente, dan gaat de belastingdienst aan het rekenen met de lokale bezettingsgraden (gemiddeld 20 weken per jaar in de Vaucluse), met de gemiddelde prijzen per week en dat alles zover terug als dat de gîte is gekocht door deze eigenaar of de verbouwing als ‘voltooid’ is gemeld bij de gemeente. De opgelegde boete bestaat uit de gemiddelde omzet minus gemiddelde kosten van een dergelijke gîte per jaar * 45% belasting/sociale lasten (of 35,5% als de eigenaar buitenlands belastingplichtige is) maal het aantal jaren dat de gîte bestaat, maal 2 voor de straf. O, u bent ‘vergeten’ de voltooiing van de verbouwing te vermelden? In dat geval gaat de belastingdienst gewoon terug naar het jaar van aankoop. Reken even mee voor een voorbeeldgîte in de Vaucluse die de Nederlandse eigenaar al 5 jaar heeft: 20 weken * €395/week minus 50% kostenaftrek = €3950 winst uit verhuur. Belast met 35,5% is dat €1402 euro aan niet opgegeven belasting, maal 2 voor de straf, maal 5 jaar: Graag €14.000 cash afrekenen met de belastingdienst. En wel binnen 3 maanden.

Degene die hun gîte wel hebben opgegeven krijgen vanzelf een brief van de belastingdienst om de gerealiseerde omzet op te geven. Is die nul of ver onder de gemiddelde omzet van vergelijkbare gîtes in de regio, dan krijgt zo’n gîte en bijbehorende gîte-eigenaar extra aandacht. Voor een omzet tot €760 per jaar hoeft niks opgegeven te worden, maar daarboven is de gîtes-eigenaar VERPLICHT zich te melden bij de belastingdienst. Doet hij dat niet, dan komt de belastingdienst vanzelf langs en dan wordt de eigen opgave van verhuurinkomsten ineens een stuk minder gemakkelijk geloofd.

Frankrijk heeft hard geld nodig, zwart inkomen uit het toerisme is een sector waar veel te halen valt en dat is precies wat de overheid nu aan het doen is. En dat allemaal is een gevolg van het suffe CERFA 14004 formuliertje….

Wim

→ 4 reactiesTags:

Dromers & Doeners

7 maart 2013 · Door Wim van Teeffelen · Algemeen, Onroerend, Vakantie

Emigratiebeurs 2013

‘Mijnheer, mag ik u wat vragen?’

‘Natuurlijk, ga uw gang.’

‘We willen graag gaan emigreren naar Frankrijk, maar we weten niet goed hoe we dat moeten aanpakken. Heeft u enig idee welke stappen we allemaal moeten zetten en waar we moeten beginnen?’’

Terwijl ik mijn  standaard riedel afsteek over het belang van zorgvuldige voorbereiding; zorgen dat je status hebt in Frankrijk voordat je je uitschrijft uit je Nederlandse gemeente in verband met de ziektekostenverzekering, etc, bedenk ik mij ineens.

‘Heb ik u misschien al eens eerder gesproken?’

‘Jazeker,’ zegt de dame, ‘we zijn drie jaar geleden ook al op deze beurs geweest en toen hebben we u ook gesproken.’

‘Ik hoop dat ik toen hetzelfde heb gezegd als nu.’

‘Ja hoor,’ glundert ze.

Dit zijn dromers. Die gaan nooit naar Frankrijk emigreren. Die kopen “Leven in Frankrijk” of “Maison en France” en blijven dromen. Die komen elk jaar naar de Emigratiebeurs om dezelfde vragen te stellen. Die zitten op alle Frankrijkfora waar ze hun plannen uitleggen aan een sympathiserende gemeenschap en obstakels zien in alle goedbedoelde adviezen voor de uitvoering van het plan. Die gaan elk jaar naar Frankrijk op huizenjacht. Ze houden makelaars dagenlang bezig met steeds maar weer nieuwe huizen om te bekijken. Maar nooit nemen ze een beslissing. Geen enkel huis voldoet volledig aan hun eisen. Makelaars hebben enorm de pest aan deze dromers. En ook ik krijg er wel eens genoeg van.

Dromers praten al jaren over een nieuw leven in Frankrijk, wat ze allemaal zouden willen doen en hoe ze het allemaal gaan inrichten. En dan komt er een opstakel voor de uitvoering.

dromerig

‘Staat uw Nederlandse huis al te koop?’

‘Nee, want dat is toch wel een erg grote stap.’

‘Maar wat houdt u dan tegen?’

‘We hebben nog een kind in huis en die wil niet mee naar Frankrijk.’

Ja, dat begrijp ik. Je kunt moeilijk een kind alleen achterlaten of hem tegen zijn zin meeslepen naar Frankrijk. Dat is een goede start voor een mislukte emigratie.

‘Hoe oud is uw kind dan?’

‘22’

‘Huh…..!!??’

‘Maar als uw kind nou eens zelfstandig wordt, wat houdt u dan nog tegen?’

‘Er is zoveel dat geregeld moet worden, we willen een bedrijfje beginnen in Frankrijk en we weten eigenlijk niet goed hoe we dat moeten aanpakken.’

‘Mag ik u wijzen op onze cursussen. We hebben diverse op maat gemaakte cursussen en workshops voor emigranten naar Frankrijk en voor toekomstige ondernemers.’

‘Wanneer is die cursus dan?’

Ik laat ze verschillende data zien.

‘O nee, maar dat kan niet. Dan moet ik werken. Ik kan niet zomaar een vrije dag nemen, want die heb ik nodig voor de vakantie.’

Misschien een lastig probleem om een dagje vrij te nemen of om een vervanger te vinden als je een dag niet kunt werken omdat je een cursus wil volgen, maar het gaat wel om de rest van je leven, om het leven van de droom in plaats van de droom van het leven. Helaas, het eerste het beste obstakel, daar komen ze al niet overheen, dus ze dromen rustig voort, totdat ze bejaard zijn, terugkijken op hun leven en zien dat het door hun vingers is geglipt, zonder dat ze iets hebben bereikt. Dit denk ik alleen maar. Ik zeg niks en kijk rond of er niet andere beursbezoekers zijn, waar ik wat meer geïnspireerd door raak.

Gelukkig zijn er ook doeners. Die willen een bedrijfje beginnen in de Provence en het liefst nog in het zomerseizoen van 2013. Wat hen ontbeert is praktische kennis. Dat is niet erg, want er is een cursus waar ze in 2 dagen alle benodigde kennis kunnen opdoen, zodat ze daarna gewoon aan de slag kunnen. Ja, die cursus kost geld. Maar gezien het belang voor de rest van hun leven, is dat een kleien investering. Immers die cursus is de eerste stap voor het uitvoeren van deze droom. Doeners doen dat gewoon.

Tussen al die dromers zijn er elke dag gelukkig genoeg doeners om dit werk interessant te houden.

Wim van Teeffelen

→ 8 reactiesTags: