Op 2 februari vieren ze in de Verenigde Staten Groundhog Day, in Scandinavische landen zijn er processies met kaarsen en in Frankrijk? Ja, de Fransen gaan natuurlijk eten. Crêpes om precies te zijn. Sinds een week of wat liggen de crêpières – pannen om flensjes te bakken – weer en gros in de supermarkten en zelfs bij doe-het-zelver Mr. Bricolage.
Maria Lichtmis heet in Frankrijk La Chandeleur, een woord afkomstig van chandelle, kaars. Het lichtgedeelte is in vergetelheid geraakt, de crêpe is gebleven. Vroeger werd gezegd dat je crêpes moest bakken op Chandeleur zodat het graan dat jaar niet zou verrotten. Maar om het hele jaar genoeg geld te hebben, moest er meer gebeuren: de eerste crêpe draaide je om met de rechterhand, terwijl je een gouden munt vasthield in de linkerhand. De munt ging in het flensje en beide werden hoog in een slaapkamerkast neergelegd. Om daar een jaar later pas weer uit te komen…. (Na de overdracht van ons huis vonden we op een oude kast een leren zak met munten, gelukkig geen beschimmelde crêpe.)
Wanneer de crêpes zijn gebakken moet er natuurlijk iets op. Stroop kennen ze hier niet, crêpes worden gegeten met suiker of jam en vaker nog met een dikke laag nutella. Een opgerolde pannenkoek is onbekend, een crêpe wordt in vieren gevouwen.
La Chandeleur: crêpe-day
26 januari 2012 · Door Joep Altona · Algemeen, Culinair
Emigreren in crisistijd (3)
16 januari 2012 · Door Wim van Teeffelen · Algemeen, Ondernemen
Mijn allereerste blog op deze site is van bijna drie jaar geleden. In februari 2009 schreef ik over ‘Emigreren in crisistijd’, in mei van dat jaar aangevuld met een tweede artikel . Ik heb toen niet verwacht dat ik daar nog een derde artikel aan zou moeten toevoegen. Inmiddels zijn we al weer een crisis verder en veel van wat ik indertijd heb geschreven is nog steeds geldig…of nog veel erger geworden. Toch nog even een up-date voor hen, die denken niet te durven of te kunnen emigreren in deze barre economische tijden.
De emigratie van Nederland naar Frankrijk is voor ongeveer de helft succesvol (definitie: een emigratie is niet succesvol is als de emigrant binnen 3 jaar terug keert) en voor ongeveer een kwart blijvend (definitie: als de emigrant na 7 jaar niet is teruggekeerd, beschouw ik de emigratie als blijvend). Schokkende cijfers? Nou èn? Zoals word gezegd is het beter spijt te hebben van wat je hebt gedaan dan van wat je niet hebt gedaan. Als Frankrijk toch niet biedt wat je had gehoopt, keer je gewoon terug naar Nederland. Zo ingewikkeld is dat niet. Hoewel er nog behoorlijk wat regels geharmoniseerd moeten worden in Europa, zie je elk jaar de vestiging in een ander EU land, resp. de terugkeer naar je thuisland steeds gemakkelijker worden. De stap die je zet met emigratie naar Frankrijk wordt dus steeds kleiner.
Laten we eerst vaststellen dat er verschillende soorten emigranten zijn:
- Er zijn emigranten die in Franse loondienst willen gaan werken. In het verleden waren dat landgenoten die meestal gingen werken bij internationale bedrijven met vestigingen in Frankrijk. Maar deze groep stagneert: de werkloosheid in Frankrijk zelf is groot en er is nauwelijks meer groei van werkgelegenheid bij internationale bedrijven in de bekende centra (Parijs, Toulouse, Provence, net over de grens in Zwitserland). Net als in Nederland komt de groei van de Franse economie nu bijna uitsluitend nog van kleine bedrijven. Nog nooit deed de Franse overheid zoveel moeite om de start en groei van kleine bedrijven te stimuleren. Natuurlijk, Frankrijk blijft een bureaucratisch land, maar de start van een klein bedrijfje is vereenvoudigd. Dus in plaats van te blijven dromen van die ene droombaan die bij dat ene droombedrijf beschikbaar zal komen, kun je ook wakker worden, de schouders eronder zetten en gaan ondernemen in Frankrijk!
- In het verleden waren er veel Nederlanders die een tweede huis kochten in Frankrijk, voorlopig als vakantiehuis, maar met emigratie in de toekomst in het achterhoofd. Die zie je tegenwoordig veel minder en dat vind ik onbegrijpelijk. Als je op dit moment als Nederlander wat geld over hebt, wat moet je daar dan mee doen? Op een spaarrekening zetten? De belasting in box 3 is hoger dan de rente die een bank geeft, dus als je maar lang genoeg wacht verdwijnt je spaargeld vanzelf. Aandelen kopen? De laatste 10 jaar hebben aandelen NIETS opgebracht, in de meeste gevallen zelfs verlies. Je moet wel een heel groot hart hebben als je er op vertrouwt dat aandelen de komende jaren veel geld gaan opbrengen. Nederlands onroerend goed kopen? Met de zekerheid dat het volgend jaar in elk geval minder waard zal zijn….? Of Frans onroerend goed kopen, de Franse huizenmarkt bodemt momenteel uit, de rente is hysterisch laag en je koopt niet alleen een mogelijkheid om te emigreren in de toekomst, maar een vakantiehuis voor nu.
- Tijdens de crisis zagen we een afname van emigraties van 50plussers. Belangrijkste reden: ze krijgen hun Nederlandse woonhuis niet verkocht. Maar elk huis, waar dan ook in Nederland, kan deze week nog verkocht zijn, als de prijs maar laag genoeg is. Je huis zwaar onder de prijs (de prijs die jíj het waard vindt) verkopen, doet flink pijn. Maar die pijn is maar éénmalig. Je droom opgeven om in Frankrijk je leven verder te leven, doet de rest van je leven pijn….
- Maar is een toename van emigratie van 30plussers met kleine kinderen, met als hoofdmotief: rust, ruimte en grote natuur (niet het aangeharkte poldertje dat we hier natuur noemen) op gemakkelijke reisafstand van familie. Tweede motief: lage Franse huizenprijzen. Dit zijn nagenoeg allemaal jonge ondernemers, die –de cijfers bewijzen het- over het algemeen zeer succesvol zijn in Frankrijk.
- Toeristisch ondernemers. De helft van de emigranten die nog willen (of moeten) werken in Frankrijk beginnen iets in het toerisme. En zijn daarin verbazingwekkend (de verbazing ligt dan bij hun Frans buren) succesvol. Is er ruimte voor nog een chambres d’hôtes, nog een kleine camping, nog een complex vakantiehuisjes? Ja die is er in Frankrijk. Frankrijk heeft, dank zij de crisis, een paar uistekende jaren gehad in het toerisme: Europeanen en Fransen bleven dicht bij huis en dan is Frankrijk een natuurlijke bestemming. De verwachtingen voor 2012 zijn ook weer uitstekend. Nederlandse toeristisch ondernemingen zijn beter in talen, beter in marketing en vaak beter in gastheerschap dan hun Frans concurrenten en drukken de Franse ondernemers met de matige accommodaties uit de markt. Dus heb je emigratieplannen die zijn gebaseerd op een kleine toeristische onderneming in Frankrijk, dan is er geen enkele reden om nog te wachten!
Meer weten? We hebben een stand op de komende Emigratiebeurs (11-12 februari in Houten). Kom langs en we bespreken de mogelijkheden en je twijfels. Tijdens die beurs geven we ook dagelijks een gratis toegankelijke presentatie over Emigreren naar Frankrijk, waar we de hoofdlijnen van het emigreren doornemen. Wat moet er in Nederland worden geregeld? Wat in Frankrijk? Wat zijn enkele cruciale verschillen tussen beide landen? Hoe begin je een bedrijfje in Frankrijk, etc. En mocht u veel meer details willen weten dan bent u van harte welkom op ons seminar ‘Emigratie naar Frankrijk’ op 31 maart 2011 in Delft. Dat is een interactief seminar, waar u in één zaterdagmiddag meer leert dan in weken doorzoeken van boeken en websites.
Wim van Teeffelen
→ 2 reactiesTags:
Vier wegen, soms drie, soms meer…
15 januari 2012 · Door Jeroen Sweijen · Algemeen, Cultureel, Taal
Je zou zeggen dat een kruispunt van wegen een ideale plek is voor het stichting van een nederzetting. En dat klopt ook, al hebben die kruispunten relatief weinig toponiemen opgeleverd. Waarschijnlijk was het verschijnsel te gewoon, en daardoor niet onderscheidend genoeg om een plaats te benoemen. Wel is het een verschijnsel dat erg vaak voorkomt in de microtoponymie (namen van buurtschappen, gehuchten, boerderijen), maar die zijn vaak van recenter datum. Dit artikel gaat over plaatsnamen die teruggaan op een woord voor kruispunt – en waarvan je kunt verwachten dat ze gesticht zijn op een plek waar twee (of meer) wegen elkaar kruisten.
Het huidige Frans gebruikt carrefour, dat we vaak terugvinden in namen van buurtschappen als Le Carrefour, maar niet in dorpsnamen. Dit woord gaat terug op Latijn quadrifurcum, letterlijk ‘vier vorken’. Het Oud-Frans gebruikte echter niet dit woord, maar carroge of carrouge, dat teruggaat op het Romaanse quadruvium, een bijvorm van het Volkslatijnse quadrivium. Te begrijpen: vier wegen, dus kruispunt. Dit carro(u)ge heeft wél een aantal toponiemen opgeleverd: Carrouges (61) natuurlijk, bekend van het kasteel, maar ook Charroux (86, in 876 Karrofium) en Quarouble (59), met lokaal beïnvloede andere fonetische ontwikkelingen. Carrouge komt ook vaak voor als microtoponiem, in een brede band in de noordelijke helft van Frankrijk, bijvoorbeeld in Saint-Germain-de-la-Coudre (72) of Gevingey (39). Niet altijd werd deze vorm goed begrepen door de kadasterambtenaren die namen moesten optekenen: zo vinden we in de buurt van Orléans een aantal gehuchten met de bijzondere naam Le Cas Rouge – maar dat is slechts een verkeerde schrijfwijze voor carrouge. Regionale varianten, beïnvloed door de plaatselijke taalontwikkelingen, zijn bijvoorbeeld Le Quéroy (16), Le Quéreux (17) en Le Queyroix (87). In de Loirestreek vinden we vaak de vorm Le Carroir (36, 37, 41) en ook de bekende Rue du Grand-Carroi in Chinon (37) heeft deze oorsprong, net als de in Limoges (87) bekende kerk Saint-Pierre-du-Queyroi.
Het idee dat op een kruispunt vier wegen samenkomen wordt ook weergegeven door de Keltische vorm petro-, die vier betekende. In samenstelling met het Keltische woord ‘mantulo’ (weg) levert dit bijvoorbeeld de plaatsnaam Pierremande (02) op, in 867 vermeld als Petromantula. Petromantulum vinden we ook terug als oude vorm voor een plaats die vervolgens in de Tabula van Peutinger wordt vermeld als Petroviacum (= vier wegen, ook weer te begrijpen als kruispunt). Tegenwoordig heet deze plaats Saint-Clair-sur-Epte (95): hier was vroeger inderdaad een belangrijk kruispunt van twee Romeinse wegen. Met het Keltische achtervoegsel –acum dat een nederzetting aanduidt vinden we petro- ook terug in Parcé-sur-Sarthe (72, in 770 parriciacus), Perrecy-les-Forges (71, gelegen op een notoir oud kruispunt) en Parcieux (01), namen die waarschijnlijk ook ‘plaats bij/op een kruispunt’ betekenen.
Wanneer er slechts drie wegen bij elkaar kwamen, kon het Volkslatijn ook het woord trivium gebruiken, kruispunt van drie wegen. Trévoux (01) en Trèves (69) gaan waarschijnlijk terug op dit woord, en ook een aantal gehuchten, waaronder Croix-Trévingt (42, gem. Arcon), eigenlijk een pleonasme, want Croix kan ook een kruispunt aanduiden. Trévoux en Parcieux zijn slechts enkele kilometers van elkaar verwijderd: zelfde inspiratie bij de naamgeving?
Het werd hierboven al terloops vermeld: Croix geeft natuurlijk ook het idee van een kruispunt weer. Het is echter onduidelijk, bij de meeste buurtschappen of dorpen die La Croix heten, of het gaat om het kruis als christelijk symbool of een kruispunt. Of heeft het eerste het tweede beïnvloed? Een geschiedenis als de kip en het ei: wie was er eerst… Toch liggen veel buurtschappen La Croix op een kruispunt. Zo ook het dorp La Croix-en-Brie (77), maar oorspronkelijk was hier een kapel (in 700 vermeld als Crux capella), tegenwoordig een kerk, gewijd aan het Heilig Kruis. Zo wordt het wel erg ingewikkeld te zeggen welke betekenis de oorspronkelijke was! Afleidingen van croix komen ook voor als dorpsnaam, bijvoorbeeld La Croixille (53, in de 12e eeuw Crucilia), La Croisette (26) of Crouseilles (64).
Naast het kruis komt ook de vork, la fourche, voor als metafoor om een kruispunt aan te duiden. Dat levert echter een ander probleem op: een fourche kon ook een galg aanduiden. Zo is het van de gehuchten Fourches in Fontaine-Fourches (77) en Limoges-Fourches (77) niet duidelijk of het gaat om een kruispunt of een plek waar een galg stond. Hetzelfde geldt voor Fourches (14), Fourche (38), en, met de volgens de Gasconse klankwetten in een h- veranderde f-, Lahourcade (64). Het woord is zeldzaam in samenstellingen: Fourquevaux (31, in 1428 Forquas Vals).
Als recentere beeldende namen komen ook nog voor, vooral als naam van buurtschap of van een geïsoleerde woning: L’Embranchement, met het idee van aftakking (branche = tak), La Patte-d’Oie (17, 85) en Le Plessis-Patte-d’Oie (60), met het beeld van een ganzenpoot. Étoile wordt vaak gebruikt
voor een kruispunt waar meer dan vier wegen samenkomen, vaak in een uitgestrekt bos (L’Étoile-Notre-Dame, gem. Sauvigney-lès-Gray (70), éénmaal in een officiële gemeentenaam: Marcy-l’Étoile (69), en natuurlijk het beroemde plein in Parijs, al heet dat tegenwoordig niet meer officieel Place de l’Étoile.
NB: Mocht de Franse toponymie u interesseren, dan kan ik u ook uitnodigen lid te worden van de Facebook-pagina Un toponyme par jour, waar geregeld een Franse plaatsnaam uitgelegd wordt, compleet met oude vormen.
Saint-Sylvestre met oliebollen
5 januari 2012 · Door Joep Altona · Algemeen, Culinair
Achteloos nodigden we enkele vrienden uit voor oud en nieuw. Daarna sloeg de paniek toe. Oud en nieuw met Fransen, dat heeft niets van doen met oliebollen en champagne. Dat is aperitief, voorgerecht, hoofdgerecht, kaas, dessert, fruit, koffie en champagne. En dan het liefst met oesters, foie gras, een kapoentje of een eend, een bûche en veel chocolade.
Wij houden niet van koken en zijn er niet erg bekwaam in, laat staan dat we traditionele gerechten net zo goed zouden kunnen klaarmaken als de Fransen. Onze vrienden weten dat ook en voorzagen kennelijk een culinaire ramp, want de één bood aan een voorgerecht mee te nemen – een zelf gekookte foie gras de canard met blini’s en confiture d’oignons; ongevraagd kwam een ander aanzetten met een forêt blanche, een prachtige en overheerlijke taart waarbij onze tiramisu wel zeer zielig afstak.
Voor de grap hadden we de onvermijdelijke Bordeaux ingeruild voor een zeer smakelijke Chianti; hoewel niemand er hardop iets van zei, viel dat niet in goede aarde. Onze eendenreepjes met paprika, curry, kokosmelk en Chinese noedels werd ook zuinigjes opgeschept.
De oliebollen, die vielen in de smaak. Wij waren van plan geweest daarbij een crémant de Bourgogne open te trekken – wij blijven Nederlanders, ons ben zunig en wij hebben het verschil met champagne nog niet ontdekt – maar daar stak de echtgenoot van de forêt blanche een stokje voor: hij had echte champagne meegenomen. Een crémant is niet chic genoeg op Saint-Sylvestre.
Morgen is het driekoningen en de komende weken wordt er steevast tijdens de apéritief een galette des rois (een taart met een beeldje erin, de fève) verorberd en cider gedronken. Wij vinden cider niet lekker en nemen op de dorpsborrel rustig een crémant mee. Onze dorpsgenoten vinden dat maar raar. Een crémant is te chic voor driekoningen…
Aantal presidentskandidaten loopt op
5 januari 2012 · Door Joep Altona · Algemeen
Met de voorverkiezingen in Iowa zou u in Nederland bijna vergeten dat er dit jaar ook in Frankrijk presidentsverkiezingen zijn. En nog veel eerder ook, de eerste ronde vindt plaats in april. Eind 2011 hebben twee nieuwe kandidaten zich gemeld: Hervé Morin en Dominique de Villepin.
Morin is nu burgemeester van Epaignes, kamerlid voor de Eure en voorzitter van de politieke partij Nouveau Centre. Van 2007 tot eind 2010 was hij minister van defensie onder het tandem Sarkozy/Fillon. Het wordt in regeringskringen dan ook niet gewaardeerd dat Morin zich kandidaat heeft gesteld. In de eerste ronde van de verkiezingen zal hij stemmen afsnoepen van Nicolas Sarkozy – als deze zich ooit nog kandidaat gaat stellen – en het voor de huidige president moeilijker maken de tweede ronde te halen.
Dominique de Villepin was voorheen lid van de UMP (partij van Sarkozy) en was onder Chirac minister van buitenlandse- en binnenlandse zaken en premier. Sarkozy en De Villepin waren al geen vrienden, de (zeer ingewikkelde) affaire Clearstream heeft hun relatie vervolgens geen goed gedaan. Na het ontslag van rechtsvervolging van De Villepin in deze zaak, stapte hij uit de UMP, richtte de beweging République Solidaire op en stelde zich na wikken en wegen uiteindelijk kandidaat.
Voor een overzicht van de andere kandidaten, zie het artikel van 6 november.

