Vijf en twintig jaar geleden, onderweg naar Zuid-Frankrijk, beslis ik na een lange dag rijden in een landelijk Frans hotelletje te overnachten. Het is het eind van de middag en ik ben aan een drankje toe. En zie: de bar is een bespiegeling van ‘La France profonde’ op zijn best… De patron, een Gauloise aan de lippen en het droogdoekje nonchalant op de schouder, is aan het filosoferen met een ‘habitué’, een stamgast. Ik geniet van de sfeer. Het avondlicht schijnt door de ramen. Ik voel me helemaal thuis. Maar net op het moment dat ik mijn mond opendoe om een ‘ballon’ te bestellen, wendt de klant zich naar me toe en vraagt abrupt: ‘Et… vous avez surement apporté vos patates*, hein?’
Ik begreep er niets van. Waarom en waarvoor zou ik aardappels meenemen? Mijn (steeds) open mond stelde blijkbaar mijn ‘agresseur’ tevreden, want hij draaide zich weer naar Monsieur le patron om met hem binnensmonds verder te praten. Ik was, moet ik zeggen, even van mijn ‘à propos’ en liep naar buiten. Pas toen ik mijn koffer uit de auto wilde pakken, en bij het zicht van mijn Nederlandse kenteken, begreep ik waar het over ging: die mijnheer had me voor een Nederlander gezien…
Het bleef een vreemde ervaring. Maar…vergeet niet dat, niet zo lang geleden, de meeste Fransen dachten dat het Nederlands een Duits dialect was. Ikzelf, toen ik in Schotland mijn Nederlandse ex voor de eerste keer ontmoette, had echt geen idee waar haar vaderland überhaupt lag…
Maar intussen hebben vrijwel alle jonge Fransen Amsterdam ontdekt, en ik maakte me langzamerhand wijs dat de clichés over gierige Nederlanders verleden tijd waren… Dat dacht ik dus, tot vorige week vrijdag.
Vorige week vrijdag was ik op de markt van Saint-Aygulf, aan de Côte d’Azur. Het was het eind van een weekcursus en mijn ex-bijna-beginners waren hier en daar druk aan het converseren met welwillende Franse marktkramers. Vóór onze afspraak in een cafeetje had ik nog wat tijd en ik flaneerde tussen de etalages. Zo kwam ik Didier tegen. Franse snor, vlotte babbel en wapperende handen: een heel theaterstuk in zijn eentje. Hij was in een soort veldkeukentje een vreemd apparaat aan het verkopen, om Churos te maken (Spaanse deegkoekjes). De wind was ijzig en dus deed hij zijn act vrijwel voor me alleen. Ik amuseerde me kostelijk, en kocht er een om met mijn zoontje te ‘koken’. Wij sympathiseerden.
Toen zei ik tegen hem: ‘Attendez un peu, je vais vous amener des clients, dix Néerlandais!’. Zijn reactie kwam als een donderslag in de al bewolkte hemel. ‘Des Bataves? Ah non! Ils ne font que regarder, n’achètent jamais rien, ou alors en marchandant… Je ne suis pas un animal de cirque ! Et croyez-moi, j’en ai comme voisins ! Ils viennent avec leur fioul, leur fromage, leurs patates… !’ Ik dacht eerst dat hij grapte, maar nee, hij meende het echt. Ik had voor mij het vleesgeworden Anti-Nederlandse Cliché. Ik moest wel heel geschokt eruit zien, omdat hij merkte het en zei wat zachter: ‘Allez, amène-les, si ça te fait plaisir, mais tu vas voir: ça va se passer exactement comme je te l’ai dit!’
Ik dacht bij mezelf: nu wordt het interessant, en een paar minuten later was ik met mijn tien nietsvermoedende ‘Bataven’ terug. Ik had ze alleen gezegd: ‘Kom: er is iets interessants om te zien!’. Het spektakel begon: één kopje bloem, en één kopje kokend water, en mengen [toeien?], en hier komt het wonderapparaat (een soort spuit met mondstukjes) en 1-2-3 in de olie, de Churos… Even proeven! Mijn publiek was onder de indruk. Dan kwam de eerste test. Didier vroeg: ‘Voulez-vous savoir combien ça coute?’. ‘Non !’ antwoordde doodleuk een van de dames. Meteen had ik door dat zij de vraag niet begrepen had. Zij ook. Maar het kwaad was al geschied, en Didier keek naar me triomfantelijk. Ik kon alleen maar knikken: ‘Un point pour toi!’. Hij herhaalde zijn vraag, en iedereen zei gauw ‘Oui! Oui!’.
‘Cinquante euros!’ (om ze te laten schikken) ‘Non… Vingt euros seulement!’. Ongemakkelijke stilte. Hand-op-de-knip-gevoel. Didier voelt het. Jan, die al drie jaren in de Morvan woont, ook. En als eerste koopt hij met een genereus gebaar HET apparaat (‘Un point pour moi!’ denk ik). Drie anderen aarzelen en praten met elkaar. ‘Monsieur, si on en achète trois…’ Ik kon mijn oren niet geloven, en lachte een beetje, wel als een boer die kiespijn heeft. Twee punten voor Didier.
Een kwartier later, in het beloofde Café, vertelde ik de groep de voorgeschiedenis. Twee dames waren onthutst, en vonden Didier helemaal niet meer leuk. ‘Het is het punt niet’, zei ik. ‘Didier heeft net als iedereen zijn leuke en minder leuke kanten. De echte vraag is: ‘Hebben jullie zijn vooroordelen over de Nederlanders bevestigd, of ontkracht?’. À vous de choisir…
* ‘patates’ is in Frankrijk het ‘entre-nous’ woord voor ‘aardappel’. Alleen in België is het gebruikt voor ‘frites’ of ‘pommes de terre frites’.
Sylvain Lelarge geeft zowel in Frankrijk als in Nederland bijzonder efficiënte en plezierige cursussen Frans voor actieve Francofielen – www.talenvoortalent.nl – Vindt u het leuk om zijn bundeltje columns te lezen, kunt u het bij hem bestellen (€ 10 + portokosten) bij contact@talenvoortalent.nl.


Geen reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.