Ik ben er zelf in getrapt. Volledig. Zo ging het:

Als mijn vrouw en ik in Bergerac vóór een cursus aankomen, hebben wij voor de drukke voorbereidingsdag een vaste routine. Het belangrijkste onderdeel daarvan is een regelrechte razzia in de plaatselijke supermarkt. De ongelovige blik van de caissière die onze vijf propvolle ‘karretjes’ op zich ziet afkomen is trouwens voor mij al de hele reis waard. Nu, om onze tijd efficiënt te benutten, hebben wij een taakverdeling afgesproken, en voor – onder andere – de wijnaankoop zorg ik. Niet dat ik een echte kenner ben, lang niet, en daarom vraag ik altijd naar de ‘sommelier’. In Périgord is het namelijk gebruikelijk dat zelfs de Intermarché of Leclerc zo’n wijnspecialist heeft om raad aan de clientèle te kunnen geven. Degene die me kwam adviseren was op die dag duidelijk in een enthousiaste bui en hij vertelde me alles – werkelijk alles – over de gebruikte druivensoorten en de ‘terroirs’, de actiepakketten, enzovoort… Ja, ik wilde niet onbeleefd zijn en liet hem dus vrij lang zijn gang gaan, maar voelde wel intussen het horloge tikken. Het was nog de tijd dat de supermarkten dicht gingen voor de lunchpauze en er stond nog zoveel op mijn lijst … Dus zag ik op een gegeven moment mijn kans – tussen twee tirades moest de goede man toch even inademen – en vroeg ik hem vrij direct: ‘Alors, que me conseillez-vous?’ waarop hij even dacht en doodleuk antwoordde: ‘Si j’étais vous, je prendrais de l’eau!’. Ik kon mijn oren niet geloven. Waarom moest ik van hem in hemels(water)naam Evian of Perrier gaan kopen als ik bereid was om vijftig flessen wijn in te slaan? Ik zei nog: ‘De l’eau?’ en hij bevestigde: ‘Oui, de l’eau!’. Het quiproquo duurde een paar minuten tot wij elkaar plotseling en gelijktijdig snapten. Hij bedoelde ‘deux lots’, twee promotiepakketten. Wij zakte beiden in elkaar van het lachen en gingen als twee dronkenlappen op de wijndozen zitten…wat niet zo een goede werking had op mijn vrouw die net kwam kijken waarom ik zo lang bij de wijnafdeling bleef hangen…
‘Les noces de Cana’ Veronese Op de meeste onverwachte momenten bespringen ze ons: de spraakverwarringen.
Gisteren nog, zei ik een beetje treurig tegen diezelfde lieve vrouw* van mij, die haar koffer pakte voor een lange reis: ‘Demain, à cette heure-ci, tu seras déjà loin…’ waarop zij antwoordde verbaasd: ‘Sept heure six? Pourquoi si tôt?’.
En een week geleden, zei ze tegen me: ‘J’ai besoin d’œufs!’. Mijn reactie: ‘De quoi?’.
Af en toe gebeurt het bij ons aan de lopende band, maar gelukkig hebben wij geleerd om er maar om te lachen.
Maar voor de nieuwe Fransman blijft het lastig: die buurman bijvoorbeeld, die uw tweedehandse grasmaaier wil kopen, wat vraagt hij eigenlijk? ‘Qu’en voulez-vous?’ [Hoeveel wilt u (daarvoor hebben)?] of ‘Quand voulez-vous?’ [Wanneer mag ik het komen halen?]…
En wat zegt uw afscheidnemende buurvrouw na het feestje op uw nieuw aangelegde terras:
‘Merci de votre bon thé.’ of ‘Merci de votre bonté.’?
(Et ce bon thé, d’ailleurs, vous le prenez sans sucre ? ou vous prenez cent sucres ?)
Het luistert namelijk heel nauw. Ook al om het feit dat er in het Frans – onfonetische taal per uitstek –vele homoniemen zijn: woorden die op dezelfde manier klinken maar iets totaal anders uitdrukken. Zinnen als ‘Les mures du mur sont mûres.’ (de bramen van de muur zijn rijp) of ‘La mère du maire aime la mer.’ (de moeder van de burgemeester houdt van de zee) zijn inmiddels bekende klassiekers.
Dit om niet te praten over ‘ces’ [die] en ‘ses’ [die van hem of haar], ‘prêt’ [klaar] en ‘près’ [naast], ‘plus tôt’ [eerder] en ‘plutôt’ [liever], enzovoort…
Echt: als ik mijn stuk herlees, schrok ik er zelf van. Het lijkt wel of de Franse taal een mijnenveld is, en dat er in elke zin een paar valkuilen liggen. Alors, que faire?
Twee goede adviezen heb ik voor u:
- Eerst: blijf de logica van het gesprek volgen, de context, en als iets raars voelt, of als u merkt dat uw gesprekpartner vreemd reageert, stop en ga na of jullie elkaar goed begrijpen. Dus: eerder dat wat u denkt begrepen te hebben in twijfel trekken, en checken.
- Ten tweede: lees. Ik weet dat vele Nederlanders het schrijven van het Frans het liefst uitstellen, maar dat weerhoudt je er niet van om te lezen, liefst hardop. Voor ons Fransen is namelijk wat wij zelf zeggen of horen helder deels omdat wij ‘zien’ wat wij bedoelen. Wij ‘lezen’ met ons geestoog of het over een ‘saut’ [sprong], een ‘seau’ [emmer], een ‘sot’ [stommeling] of een ‘sceau’ [zegel] gaat. Het verschil is niet te horen, wel te zien.
Lijkt het u een open deur? Peut-être, mais la vraie question reste: est-ce une porte ouverte, ou une porte toute verte?

*Hongaarse van nationaliteit, maar die goed Frans spreekt
Sylvain Lelarge geeft zowel in Frankrijk als in Nederland bijzonder efficiënte en plezierige cursussen Frans voor actieve Francofielen – www.talenvoortalent.nl – Vindt u het leuk om zijn bundeltje columns te lezen, kunt u het bestellen (€ 10 + portokosten) bij contact@talenvoortalent.nl.


Laatst hoorde ik deze: le chasseur sachant chasser sans son chien est un chasseur sachant chasser.
Van mijn zoon geleerd: ton tonton tond ton tonton et ton tonton tondu sera.
Groeten, Joep
En ken je deze?
Si six scies scient six saucisses, six cent six scies scient six cent six saucisses.