Je zou zeggen dat een kruispunt van wegen een ideale plek is voor het stichting van een nederzetting. En dat klopt ook, al hebben die kruispunten relatief weinig toponiemen opgeleverd. Waarschijnlijk was het verschijnsel te gewoon, en daardoor niet onderscheidend genoeg om een plaats te benoemen. Wel is het een verschijnsel dat erg vaak voorkomt in de microtoponymie (namen van buurtschappen, gehuchten, boerderijen), maar die zijn vaak van recenter datum. Dit artikel gaat over plaatsnamen die teruggaan op een woord voor kruispunt – en waarvan je kunt verwachten dat ze gesticht zijn op een plek waar twee (of meer) wegen elkaar kruisten.
Het huidige Frans gebruikt carrefour, dat we vaak terugvinden in namen van buurtschappen als Le Carrefour, maar niet in dorpsnamen. Dit woord gaat terug op Latijn quadrifurcum, letterlijk ‘vier vorken’. Het Oud-Frans gebruikte echter niet dit woord, maar carroge of carrouge, dat teruggaat op het Romaanse quadruvium, een bijvorm van het Volkslatijnse quadrivium. Te begrijpen: vier wegen, dus kruispunt. Dit carro(u)ge heeft wél een aantal toponiemen opgeleverd: Carrouges (61) natuurlijk, bekend van het kasteel, maar ook Charroux (86, in 876 Karrofium) en Quarouble (59), met lokaal beïnvloede andere fonetische ontwikkelingen. Carrouge komt ook vaak voor als microtoponiem, in een brede band in de noordelijke helft van Frankrijk, bijvoorbeeld in Saint-Germain-de-la-Coudre (72) of Gevingey (39). Niet altijd werd deze vorm goed begrepen door de kadasterambtenaren die namen moesten optekenen: zo vinden we in de buurt van Orléans een aantal gehuchten met de bijzondere naam Le Cas Rouge – maar dat is slechts een verkeerde schrijfwijze voor carrouge. Regionale varianten, beïnvloed door de plaatselijke taalontwikkelingen, zijn bijvoorbeeld Le Quéroy (16), Le Quéreux (17) en Le Queyroix (87). In de Loirestreek vinden we vaak de vorm Le Carroir (36, 37, 41) en ook de bekende Rue du Grand-Carroi in Chinon (37) heeft deze oorsprong, net als de in Limoges (87) bekende kerk Saint-Pierre-du-Queyroi.
Het idee dat op een kruispunt vier wegen samenkomen wordt ook weergegeven door de Keltische vorm petro-, die vier betekende. In samenstelling met het Keltische woord ‘mantulo’ (weg) levert dit bijvoorbeeld de plaatsnaam Pierremande (02) op, in 867 vermeld als Petromantula. Petromantulum vinden we ook terug als oude vorm voor een plaats die vervolgens in de Tabula van Peutinger wordt vermeld als Petroviacum (= vier wegen, ook weer te begrijpen als kruispunt). Tegenwoordig heet deze plaats Saint-Clair-sur-Epte (95): hier was vroeger inderdaad een belangrijk kruispunt van twee Romeinse wegen. Met het Keltische achtervoegsel –acum dat een nederzetting aanduidt vinden we petro- ook terug in Parcé-sur-Sarthe (72, in 770 parriciacus), Perrecy-les-Forges (71, gelegen op een notoir oud kruispunt) en Parcieux (01), namen die waarschijnlijk ook ‘plaats bij/op een kruispunt’ betekenen.
Wanneer er slechts drie wegen bij elkaar kwamen, kon het Volkslatijn ook het woord trivium gebruiken, kruispunt van drie wegen. Trévoux (01) en Trèves (69) gaan waarschijnlijk terug op dit woord, en ook een aantal gehuchten, waaronder Croix-Trévingt (42, gem. Arcon), eigenlijk een pleonasme, want Croix kan ook een kruispunt aanduiden. Trévoux en Parcieux zijn slechts enkele kilometers van elkaar verwijderd: zelfde inspiratie bij de naamgeving?
Het werd hierboven al terloops vermeld: Croix geeft natuurlijk ook het idee van een kruispunt weer. Het is echter onduidelijk, bij de meeste buurtschappen of dorpen die La Croix heten, of het gaat om het kruis als christelijk symbool of een kruispunt. Of heeft het eerste het tweede beïnvloed? Een geschiedenis als de kip en het ei: wie was er eerst… Toch liggen veel buurtschappen La Croix op een kruispunt. Zo ook het dorp La Croix-en-Brie (77), maar oorspronkelijk was hier een kapel (in 700 vermeld als Crux capella), tegenwoordig een kerk, gewijd aan het Heilig Kruis. Zo wordt het wel erg ingewikkeld te zeggen welke betekenis de oorspronkelijke was! Afleidingen van croix komen ook voor als dorpsnaam, bijvoorbeeld La Croixille (53, in de 12e eeuw Crucilia), La Croisette (26) of Crouseilles (64).
Naast het kruis komt ook de vork, la fourche, voor als metafoor om een kruispunt aan te duiden. Dat levert echter een ander probleem op: een fourche kon ook een galg aanduiden. Zo is het van de gehuchten Fourches in Fontaine-Fourches (77) en Limoges-Fourches (77) niet duidelijk of het gaat om een kruispunt of een plek waar een galg stond. Hetzelfde geldt voor Fourches (14), Fourche (38), en, met de volgens de Gasconse klankwetten in een h- veranderde f-, Lahourcade (64). Het woord is zeldzaam in samenstellingen: Fourquevaux (31, in 1428 Forquas Vals).
Als recentere beeldende namen komen ook nog voor, vooral als naam van buurtschap of van een geïsoleerde woning: L’Embranchement, met het idee van aftakking (branche = tak), La Patte-d’Oie (17, 85) en Le Plessis-Patte-d’Oie (60), met het beeld van een ganzenpoot. Étoile wordt vaak gebruikt
voor een kruispunt waar meer dan vier wegen samenkomen, vaak in een uitgestrekt bos (L’Étoile-Notre-Dame, gem. Sauvigney-lès-Gray (70), éénmaal in een officiële gemeentenaam: Marcy-l’Étoile (69), en natuurlijk het beroemde plein in Parijs, al heet dat tegenwoordig niet meer officieel Place de l’Étoile.
NB: Mocht de Franse toponymie u interesseren, dan kan ik u ook uitnodigen lid te worden van de Facebook-pagina Un toponyme par jour, waar geregeld een Franse plaatsnaam uitgelegd wordt, compleet met oude vormen.

Geen reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.