Vreemde volken in Frankrijk (1)

5 februari 2012 · Door Jeroen Sweijen · Algemeen, Cultureel, Taal

En nee, dan hebben we het niet over de Nederlandse francofielen die deze site bezoeken. Verder is dit artikel absoluut niet actueel en heeft het ook niets met de Emigratiebeurs te maken. Toch is emi- en immigratie van alle tijden. Dit stuk (en het volgende) gaat over immigratie in het huidige Frankrijk in de vroege Middeleeuwen, pakweg van de Grote Volksverhuizingen tot aan de slag bij Hastings (1066) – en dan alleen over die volken die hun naam (waarschijnlijk) hebben achtergelaten in de huidige Franse toponymie. Over de Keltische stammen van voor de vijfde eeuw hebben we het al eerder gehad.

In de voorbeelden die hieronder volgen gaat het om plaatsen die de naam van een oud volk dragen, dat op een gegeven moment in de geschiedenis werd beschouwd als immigrant in Frankrijk. Een plaats waar afstammelingen van zo’n volk woonden kon als opvallend kenmerk zeker vernoemd worden naar dat volk. Het was de boerderij, het domein, het dorp dat gekenmerkt was door een ‘vreemde’ aanwezigheid. Een kleine etnische wandeling dus… Het is echter ook een gevaarlijk onderwerp, want we weten nooit 100% zeker of het écht om (een lid van) het volk gaat, of dat de plaatsnaam afgeleid is van een persoonsnaam of een familienaam, die al dan niet direct met de volksnaam in verband staat. Deze slag om de arm spreek ik alleen hier uit, maar u mag hem bij zo goed als alle voorbeelden in gedachten houden.

Veel van deze volken zijn van Germaanse oorsprong, zoals bijvoorbeeld de Franken, die niet alleen hun naam aan het land Frankrijk hebben gegeven, maar ook aan verschillende plaatsnamen, zoals Francourt (60, in 1010 Francorum curtis), het “domein der Franken“. Francourt hoorde bij het Frankische paleis in Verberie. Verder ook Francarville (31) en Francourville (27 en 28). Villefrancœur (41, in de 10e eeuw villam francori) heeft dezelfde betekenis en oorsprong, alleen is hier de volgorde Romaans. Francs (33, in de 11e eeuw ad Francos) betekent eenvoudigweg “bij de Franken”. De overkoepelende naam der Germanen vinden we terug in Germaine (02 en 51). De eerste plaats werd in 1135 vermeld als Germania. Ook in Germainvilliers (52) is dit volk waarschijnlijk terug te vinden.

De Goten hebben ook veel sporen achtergelaten, vooral in het zuidwesten van Frankrijk. Het gaat hier naar alle waarschijnlijk om Wisigoten. We vinden ze terug in Gouts (40), in Goutz (33 en 47) en in Goux (32), maar ook in Goudourville (82, in 846 reeds vermeld als villa gothorum). Villegouge (33) hoort vermoedelijk ook bij dit rijtje. Elders in Frankrijk kunnen we Goux-lès-Dambelin (25) noemen, of bijvoorbeeld Montgueux (10, in 1152 Montguor). De Taifali waren verwant aan de Gothen, zij lieten hun naam na aan Tiffauges (85) – de streek hier werd in de vierde eeuw vermeld als Teofalgicus pagus.

Behalve aan de landstreek lieten kolonies van het Germaanse volk der Bourgondiërs ook hun naam na aan Bourgogne (51), een zeer oude plaats, in 877 vermeld als Burgundia, aan Bourguignons (10, in 871 Bulgundio, het achtervoegsel dateert pas uit later tijd), en aan Bourguenolles (50). De ons wel bekende Saksen vinden we terug in Soissons-sur-Nacey (21), maar niet in Soissons (02) dat de hoofdplaats was van een Keltische stam. Sissonne (02) was vermoedelijk wel een plek waar Saksen neergestreken waren, net als Saisseval (80), dat begrepen moet worden als de “vallei der Saksen”. In Bretagne woonden er Saksen in Cesson-Sévigné (35, in 1153 Saxon) en op Belle-Île, waar Sauzon (56) de Bretonse vorm Saozon laat voortduren. Ook de Alemannen lieten veel sporen na: Allemagne-en-Provence (04) bijvoorbeeld, Alamannia in 1182, maar ook Allemagne (86), Allemans-du-Dropt (47), Allemant (02), Les Allemands (25), Allemanche (50) en Almenêches (61), om er enkele te noemen – waarbij blijkt dat ze in alle hoeken van Frankrijk zijn geweest. La Maigne (86) hoort er trouwens ook bij: in 1080 vermeld als terra qua dicitur Alemania. Vervolgens is het eerste gedeelte begrepen als een lidwoord, en verkeerd afgekapt. Fleury-sur-Orne (14) heette voor 1917 ook Allemagne; tijdens de Eerste Wereldoorlog viel deze naam echter niet zo goed, en is ze vervangen door de naam Fleury, als herdenking van een verwoest dorp in de Meuse, tegenwoordig Fleury-sous-Douaumont. Brinon-sur-Beuvron (58) heette vóór 1871 Brinon-les-Allemands… maar ook die Frans-Duitse oorlog heeft dus z’n sporen achtergelaten in de toponymie.

Nog meer andere volken hebben ook hun sporen nagelaten in de Franse toponymie, zoals bijvoorbeeld de Britten, de Spanjaarden en de Vandalen. Daarover later meer.

→ 1 reactieTags: ·

Bouwvergunningen in Frankrijk

29 januari 2012 · Door Wim van Teeffelen · Bouwen, Onroerend

U heeft een Frans vakantiehuisje en u denkt aan verbouwingen om er weer een aantal jaren van te kunnen genieten?  U heeft uw oog laten vallen op een onooglijk huisje en u wilt er een paleisje van maken? Als u wat wilt met een vakantiehuis in Frankrijk is de kans groot dat u te maken krijgt met het Franse systeem van bouwvergunningen. En wat u in elk geval moet vergeten is dat u dat met de Franse Slag kunt regelen.

  1. Alles begint bij de aanschaf van het huis: Helaas zijn er nogal wat makelaars die verbouwvragen wegwuiven met een ‘geen idee’ of een ‘in dit dorp kan eigenlijk alles.’ Niets is minder waar. Veel gemeentes beschikken, net als in Nederland, over een bestemmingsplan (Plan d’Occupation du Sol of Plan Local d’Urbanisme) en daarin kunt u gewoon lezen of de door u gewenste verbouwing is toegestaan. Beschikt de gemeente niet over een bestemmingsplan, dan staan in de Franse wet (artikel 111 van de Code d’Urbanisme) algemene richtlijnen van wat wel en niet is toegestaan. Een klein onderzoekje voordat u het koopcontract tekent kan een hoop teleurstelling later voorkomen. En zorg ervoor dat uw koopcontract een ontbindende voorwaarde heeft voor het afgeven van een Certificat d’Urbanisme door de gemeente. Dit Certificat bevestigt dat u de plannen die u heeft met het huis mag uitvoeren en zo niet dan kunt u nog onder de koop uit.
  2. Voor een aantal bouwwerkzaamheden is GEEN bouwvergunning (Permis de Construire) nodig, maar een Permis d’Aménagement: toestemming om het terrein op een bepaalde manier in te richten. Dit betreft patio’s, zwembaden, sauna’s, terrassen, mini-campings (max 6 plekken) etc.
  3. Een Permis de Construire is slechts verplicht indien u een aan- op- of uitbouw wil realiseren van meer dan 40 m2 bewoonbaar oppervlakte. Ook indien een nu nog niet bewoonbaar deel van het pand van meer dan 40 m2 wordt omgebouwd tot bewoonbaar oppervlakte (bv een schuur, een zolder, soms een kelder). Echter als u constructieve verbouwingen plant (hakken in dragende muren, etc.) dan is altijd een Permis de Construire verplicht. Idem als u een nieuw losstaand gebouw wil realiseren. Plannen die leiden tot meer dan 170 m2 bewoonbaar oppervlakte of verbouwingen aan of in de buurt van erkende monumenten of vakantiehuizen met15 of meer slaapplaatsen (indien u die commercieel gaat verhuren) vereisen de tussenkomst van een architect. Bij alle andere verbouwingsplannen moet u zelf de antwoorden op de lange lijst van vragen, alsmede de bouwtekeningen overleggen. Goedkeuring hangt af van de mate waarin u voldoet aan de gedetailleerde bouwverordeningen (op te vragen bij de Direction Départemental des Territoires), of de bestaande infrastructuur (drinkwater, elektriciteit, riool, wegen) niet overmatig belast worden door de realisatie van uw plan, of u voldoende afstand houdt tot de buren, of uw plan in de omgeving past en of uw buren geen bezwaar maken.

Een belangrijke rekenfactor in dit hele proces gaat veranderen op 1 maart 2012, namelijk de definitie van ‘bewoonbaar oppervlakte.’ Tot voor kort waren er twee maten waarmee gemeten werd, die door elkaar werden gebruikt en tot verwarring, verdriet en boosheid leden bij aanvragers van een bouwvergunning: de SHON (Surface Hors Oeuvre Nette) en de SHOB (Surface Hors Oeuvre Brute), resp. de netto en bruto oppervlakte, in goed Nederlands: buitenmuurs en binnenmuurs gemeten. Beide termen zijn nu vervangen door één nieuwe term: Surface de Plancher (SP, oftewel vloeroppervlak). De SP is gedefinieerd als binnenmuurs gemeten vloeroppervlak, met uitzondering van vloeroppervlak waar de vrije hoogte kleiner is dan 1,80m.

Een akelige verrassing voor enthousiaste verbouwers is vaak de leges, die achteraf betaald moet worden en in Frankrijk kan oplopen tot vele honderden, zelfs enkele duizenden euro. Tot voor kort waren er maar liefst zes verschillende belastingregimes (nationaal, regionaal en lokaal) die gezamenlijk de te betalen leges bepaalden, een bijna onontwarbare knoop waardoor de te betalen leges altijd als een verrassing kwam. Slechts weinigen was het gegeven die leges voorafgaande aan de verbouwing juist uit te rekenen. Nu worden al die regelingen vervangen door één nieuwe: de Taxe d’Aménagement. De doelstelling is vereenvoudiging van de regels en daardoor lagere administratieve kosten (niet een verlaging van de belastingopbrengsten). Gemeentes hebben een grote invloed op de hoogte van deze belasting en die mag variëren tussen 1% en 5% van de bouwsom (de bouwsom is niet wat u gaat uitgeven aan deze verbouwing, maar een berekening wat het zou kosten als het gehele werk door een professionele aannemer zou worden uitgevoerd…). Voor 2012 heeft de overheid deze bouwsom gedefinieerd als SP*€660voor het platteland (hoger voor Parijs e.o.). Dus als u bijvoorbeeld 50 m2 wil aanbouwen en uw gemeente heeft een belastingvoet vastgesteld van 3%, dan betaalt u: 50*€660*3%= €990 aan leges.

Wim van Teeffelen

→ Geen reactiesTags:

La Chandeleur: crêpe-day

26 januari 2012 · Door Joep Altona · Algemeen, Culinair

Op 2 februari vieren ze in de Verenigde Staten Groundhog Day, in Scandinavische landen zijn er processies met kaarsen en in Frankrijk? Ja, de Fransen gaan natuurlijk eten. Crêpes om precies te zijn. Sinds een week of wat liggen de crêpières – pannen om flensjes te bakken – weer en gros in de supermarkten en zelfs bij doe-het-zelver Mr. Bricolage.
Maria Lichtmis heet in Frankrijk La Chandeleur, een woord afkomstig van chandelle, kaars. Het lichtgedeelte is in vergetelheid geraakt, de crêpe is gebleven. Vroeger werd gezegd dat je crêpes moest bakken op Chandeleur zodat het graan dat jaar niet zou verrotten. Maar om het hele jaar genoeg geld te hebben, moest er meer gebeuren: de eerste crêpe draaide je om met de rechterhand, terwijl je een gouden munt vasthield in de linkerhand. De munt ging in het flensje en beide werden hoog in een slaapkamerkast neergelegd. Om daar een jaar later pas weer uit te komen…. (Na de overdracht van ons huis vonden we op een oude kast een leren zak met munten, gelukkig geen beschimmelde crêpe.)
Wanneer de crêpes zijn gebakken moet er natuurlijk iets op. Stroop kennen ze hier niet, crêpes worden gegeten met suiker of jam en vaker nog met een dikke laag nutella. Een opgerolde pannenkoek is onbekend, een crêpe wordt in vieren gevouwen.

→ Geen reactiesTags: ·

Emigreren in crisistijd (3)

16 januari 2012 · Door Wim van Teeffelen · Algemeen, Ondernemen

Mijn allereerste blog op deze site is van bijna drie jaar geleden. In februari 2009 schreef ik over ‘Emigreren in crisistijd’, in mei van dat jaar aangevuld met een tweede artikel . Ik heb toen niet verwacht dat ik daar nog een derde artikel aan zou moeten toevoegen. Inmiddels zijn we al weer een crisis verder en veel van wat ik indertijd heb geschreven is nog steeds geldig…of nog veel erger geworden. Toch nog even een up-date voor hen, die denken niet te durven of te kunnen emigreren in deze barre economische tijden.

De emigratie van Nederland naar Frankrijk is voor ongeveer de helft succesvol (definitie: een emigratie is niet succesvol is als de emigrant binnen 3 jaar terug keert) en voor ongeveer een kwart blijvend (definitie: als de emigrant na 7 jaar niet is teruggekeerd, beschouw ik de emigratie als blijvend). Schokkende cijfers? Nou èn? Zoals word gezegd is het beter spijt te hebben van wat je hebt gedaan dan van wat je niet hebt gedaan. Als Frankrijk toch niet biedt wat je had gehoopt, keer je gewoon terug naar Nederland. Zo ingewikkeld is dat niet. Hoewel er nog behoorlijk wat regels geharmoniseerd moeten worden in Europa, zie je elk jaar de vestiging in een ander EU land, resp. de terugkeer naar je thuisland steeds gemakkelijker worden. De stap die je zet met emigratie naar Frankrijk wordt dus steeds kleiner.

Laten we eerst vaststellen dat er verschillende soorten emigranten zijn:

  1. Er zijn emigranten die in Franse loondienst willen gaan werken. In het verleden waren dat landgenoten die meestal gingen werken bij internationale bedrijven met vestigingen in Frankrijk. Maar deze groep stagneert: de werkloosheid in Frankrijk zelf is groot en er is nauwelijks meer groei van werkgelegenheid bij internationale bedrijven in de bekende centra (Parijs, Toulouse, Provence, net over de grens in Zwitserland). Net als in Nederland komt de groei van de Franse economie nu bijna uitsluitend nog van kleine bedrijven. Nog nooit deed de Franse overheid zoveel moeite om de start en groei van kleine bedrijven te stimuleren. Natuurlijk, Frankrijk blijft een bureaucratisch land, maar de start van een klein bedrijfje is vereenvoudigd. Dus in plaats van te blijven dromen van die ene droombaan die bij dat ene droombedrijf beschikbaar zal komen, kun je ook wakker worden, de schouders eronder zetten en gaan ondernemen in Frankrijk!
  2. In het verleden waren er veel Nederlanders die een tweede huis kochten in Frankrijk, voorlopig als vakantiehuis, maar met emigratie in de toekomst in het achterhoofd. Die zie je tegenwoordig veel minder en dat vind ik onbegrijpelijk. Als je op dit moment als Nederlander wat geld over hebt, wat moet je daar dan mee doen? Op een spaarrekening zetten? De belasting in box 3 is hoger dan de rente die een bank geeft, dus als je maar lang genoeg wacht verdwijnt je spaargeld vanzelf. Aandelen kopen? De laatste 10 jaar hebben aandelen NIETS opgebracht, in de meeste gevallen zelfs verlies. Je moet wel een heel groot hart hebben als je er op vertrouwt dat aandelen de komende jaren veel geld gaan opbrengen. Nederlands onroerend goed kopen? Met de zekerheid dat het volgend jaar in elk geval minder waard zal zijn….? Of Frans onroerend goed kopen, de Franse huizenmarkt bodemt momenteel uit, de rente is hysterisch laag en je koopt niet alleen een mogelijkheid om te emigreren in de toekomst, maar een vakantiehuis voor nu.
  3. Tijdens de crisis zagen we een afname van emigraties van 50plussers. Belangrijkste reden: ze krijgen hun Nederlandse woonhuis niet verkocht. Maar elk huis, waar dan ook in Nederland, kan deze week nog verkocht zijn, als de prijs maar laag genoeg is. Je huis zwaar onder de prijs (de prijs die jíj het waard vindt) verkopen, doet flink pijn. Maar die pijn is maar éénmalig. Je droom opgeven om in Frankrijk je leven verder te leven, doet de rest van je leven pijn….
  4. Maar is een toename van emigratie van 30plussers met kleine kinderen, met als hoofdmotief: rust, ruimte en grote natuur (niet het aangeharkte poldertje dat we hier natuur noemen) op gemakkelijke reisafstand van familie. Tweede motief: lage Franse huizenprijzen. Dit zijn nagenoeg allemaal jonge ondernemers, die –de cijfers bewijzen het- over het algemeen zeer succesvol zijn in Frankrijk.
  5. Toeristisch ondernemers. De helft van de emigranten die nog willen (of moeten) werken in Frankrijk beginnen iets in het toerisme. En zijn daarin verbazingwekkend (de verbazing ligt dan bij hun Frans buren) succesvol. Is er ruimte voor nog een chambres d’hôtes, nog een kleine camping, nog een complex vakantiehuisjes? Ja die is er in Frankrijk. Frankrijk heeft, dank zij de crisis, een paar uistekende jaren gehad in het toerisme: Europeanen en Fransen bleven dicht bij huis en dan is Frankrijk een natuurlijke bestemming. De verwachtingen voor 2012 zijn ook weer uitstekend. Nederlandse toeristisch ondernemingen zijn beter in talen, beter in marketing en vaak beter in gastheerschap dan hun Frans concurrenten en drukken de Franse ondernemers met de matige accommodaties uit de markt. Dus heb je emigratieplannen die zijn gebaseerd op een kleine toeristische onderneming in Frankrijk, dan is er geen enkele reden om nog te wachten!

Meer weten? We hebben een stand op de komende Emigratiebeurs (11-12 februari in Houten). Kom langs en we bespreken de mogelijkheden en je twijfels. Tijdens die beurs geven we ook dagelijks een gratis toegankelijke presentatie over Emigreren naar Frankrijk, waar we de hoofdlijnen van het emigreren doornemen. Wat moet er in Nederland worden geregeld? Wat in Frankrijk? Wat zijn enkele cruciale verschillen tussen beide landen? Hoe begin je een bedrijfje in Frankrijk, etc. En mocht u veel meer details willen weten dan bent u van harte welkom op ons seminar ‘Emigratie naar Frankrijk’ op 31 maart 2011 in Delft.  Dat is een interactief seminar, waar u in één zaterdagmiddag meer leert dan in weken doorzoeken van boeken en websites.

Wim van Teeffelen


→ 2 reactiesTags:

Vier wegen, soms drie, soms meer…

15 januari 2012 · Door Jeroen Sweijen · Algemeen, Cultureel, Taal

Je zou zeggen dat een kruispunt van wegen een ideale plek is voor het stichting van een nederzetting. En dat klopt ook, al hebben die kruispunten relatief weinig toponiemen opgeleverd. Waarschijnlijk was het verschijnsel te gewoon, en daardoor niet onderscheidend genoeg om een plaats te benoemen. Wel is het een verschijnsel dat erg vaak voorkomt in de microtoponymie (namen van buurtschappen, gehuchten, boerderijen), maar die zijn vaak van recenter datum. Dit artikel gaat over plaatsnamen die teruggaan op een woord voor kruispunt – en waarvan je kunt verwachten dat ze gesticht zijn op een plek waar twee (of meer) wegen elkaar kruisten.

Het huidige Frans gebruikt carrefour, dat we vaak terugvinden in namen van buurtschappen als Le Carrefour, maar niet in dorpsnamen. Dit woord gaat terug op Latijn quadrifurcum, letterlijk ‘vier vorken’. Het Oud-Frans gebruikte echter niet dit woord, maar carroge of carrouge, dat teruggaat op het Romaanse quadruvium, een bijvorm van het Volkslatijnse quadrivium. Te begrijpen: vier wegen, dus kruispunt. Dit carro(u)ge heeft wél een aantal toponiemen opgeleverd: Carrouges (61) natuurlijk, bekend van het kasteel, maar ook Charroux (86, in 876 Karrofium) en Quarouble (59), met lokaal beïnvloede andere fonetische ontwikkelingen. Carrouge komt ook vaak voor als microtoponiem, in een brede band in de noordelijke helft van Frankrijk, bijvoorbeeld in Saint-Germain-de-la-Coudre (72) of Gevingey (39). Niet altijd werd deze vorm goed begrepen door de kadasterambtenaren die namen moesten optekenen: zo vinden we in de buurt van Orléans een aantal gehuchten met de bijzondere naam Le Cas Rouge – maar dat is slechts een verkeerde schrijfwijze voor carrouge. Regionale varianten, beïnvloed door de plaatselijke taalontwikkelingen, zijn bijvoorbeeld Le Quéroy (16), Le Quéreux (17) en Le Queyroix (87). In de Loirestreek vinden we vaak de vorm Le Carroir (36, 37, 41) en ook de bekende Rue du Grand-Carroi in Chinon (37) heeft deze oorsprong, net als de in Limoges  (87) bekende kerk Saint-Pierre-du-Queyroi.

Het idee dat op een kruispunt vier wegen samenkomen wordt ook weergegeven door de Keltische vorm petro-, die vier betekende. In samenstelling met het Keltische woord ‘mantulo’ (weg) levert dit bijvoorbeeld de plaatsnaam Pierremande (02) op, in 867 vermeld als Petromantula. Petromantulum vinden we ook terug als oude vorm voor een plaats die vervolgens in de Tabula van Peutinger wordt vermeld als Petroviacum (= vier wegen, ook weer te begrijpen als kruispunt). Tegenwoordig heet deze plaats Saint-Clair-sur-Epte (95): hier was vroeger inderdaad een belangrijk kruispunt van twee Romeinse wegen. Met het Keltische achtervoegsel –acum dat een nederzetting aanduidt vinden we petro- ook terug in Parcé-sur-Sarthe (72, in 770 parriciacus), Perrecy-les-Forges (71, gelegen op een notoir oud kruispunt) en Parcieux (01), namen die waarschijnlijk ook ‘plaats bij/op een kruispunt’ betekenen.

Wanneer er slechts drie wegen bij elkaar kwamen, kon het Volkslatijn ook het woord trivium gebruiken, kruispunt van drie wegen. Trévoux (01) en Trèves (69) gaan waarschijnlijk terug op dit woord, en ook een aantal gehuchten, waaronder Croix-Trévingt (42, gem. Arcon), eigenlijk een pleonasme, want Croix kan ook een kruispunt aanduiden. Trévoux en Parcieux zijn slechts enkele kilometers van elkaar verwijderd: zelfde inspiratie bij de naamgeving?

Het werd hierboven al terloops vermeld: Croix geeft natuurlijk ook het idee van een kruispunt weer. Het is echter onduidelijk, bij de meeste buurtschappen of dorpen die La Croix heten, of het gaat om het kruis als christelijk symbool of een kruispunt. Of heeft het eerste het tweede beïnvloed? Een geschiedenis als de kip en het ei: wie was er eerst…   Toch liggen veel buurtschappen La Croix op een kruispunt. Zo ook het dorp La Croix-en-Brie (77), maar oorspronkelijk was hier een kapel (in 700 vermeld als Crux capella), tegenwoordig een kerk, gewijd aan het Heilig Kruis. Zo wordt het wel erg ingewikkeld te zeggen welke betekenis de oorspronkelijke was! Afleidingen van croix komen ook voor als dorpsnaam, bijvoorbeeld La Croixille (53, in de 12e eeuw Crucilia), La Croisette (26) of Crouseilles (64).

Naast het kruis komt ook de vork, la fourche, voor als metafoor om een kruispunt aan te duiden. Dat levert echter een ander probleem op: een fourche kon ook een galg aanduiden. Zo is het van de gehuchten Fourches in Fontaine-Fourches (77) en Limoges-Fourches (77) niet duidelijk of het gaat om een kruispunt of een plek waar een galg stond. Hetzelfde geldt voor Fourches (14), Fourche (38), en, met de volgens de Gasconse klankwetten in een h- veranderde f-, Lahourcade (64). Het woord is zeldzaam in samenstellingen: Fourquevaux (31, in 1428 Forquas Vals).

Als recentere beeldende namen komen ook nog voor, vooral als naam van buurtschap of van een geïsoleerde woning: L’Embranchement, met het idee van aftakking (branche = tak), La Patte-d’Oie (17, 85) en Le Plessis-Patte-d’Oie (60), met het beeld van een ganzenpoot. Étoile wordt vaak gebruikt Place de l'Étoile à Parisvoor een kruispunt waar meer dan vier wegen samenkomen, vaak in een uitgestrekt bos (L’Étoile-Notre-Dame, gem. Sauvigney-lès-Gray (70), éénmaal in een officiële gemeentenaam: Marcy-l’Étoile (69), en natuurlijk het beroemde plein in Parijs, al heet dat tegenwoordig niet meer officieel Place de l’Étoile.

 

NB: Mocht de Franse toponymie u interesseren, dan kan ik u ook uitnodigen lid te worden van de Facebook-pagina Un toponyme par jour, waar geregeld een Franse plaatsnaam uitgelegd wordt, compleet met oude vormen.

→ Geen reactiesTags: ··